Onze Lieve Vrouw ter Nood

Historie

 

Na de operatie ‘Market Garden’, de doorbraak door de corridor van Eindhoven naar Nijmegen en de mislukking bij Arnhem in september 1944, groeide in de rest van Brabant de angst voor wat er komen zou.

Wat zouden de Duitse troepen doen?

Wat de geallieerden?

We wisten dat een kat in het nauw vreemde sprongen kan maken.

Wat zou er van de toch al moeilijke voedselvoorziening terecht moeten komen?

Duizenden jongelui waren in Duitsland te werk gesteld. Veel vrienden en bekenden zaten in Duitse gevangenkampen. Langzaam vocht zich een enorm front van geallieerde troepen naar voren. Canadezen in West-Brabant, Polen rond Breda, de Nederlanders van de Irene Brigade vochten als razende in het groter geheel van het Engelse leger ten zuiden van Tilburg. Het was de laatste weken soms ‘unheimisch’ stil in de stad. De Duitsers verplaatsten zich het liefst ’s-nachts, om belangrijke installaties, bruggen, torens en bedrijven op te blazen. Andere trokken met paarden en wagens gedesillusioneerd terug.

Wat zou er met zieken gebeuren in het ziekenhuis?

Wat met de kinderen en de bejaarden als het geweld zou losbarsten?

Wie in die dagen de ruïnes van de kerk van Wouw en van het stadhuis van Heusden heeft gezien, weet nog dat de angst van de Tilburgers niet ongegrond was. Er vielen van tijd tot tijd granaten en bommen in de stad. Broekhoven II was in een desolate toestand. Angst had leren bidden.

In de dagen dat het Brabants studentengilde elk jaar tijdens een zomerkamp Mariakapelletjes bouwde, was het volkomen eigentijds dat een groep Tilburgers de stad aan de Moeder Gods toewijdde. Zij maakten het plan om, zodra het na de oorlog mogelijk zou zijn, een kapel ter ere van Maria te bouwen.

De initiatiefnemers waren bankier Alphonsus Janssens en boekdrukker Johannes Bergmans, die tijdens de bange oorlogsdagen in 1942 een Mariakapel aan de Meir in Antwerpen bezochten. Daar namen zij het besluit een kapel ter ere van de Moeder Maria op te richten aan een van de hoofdstraten in de stad, als Tilburg redelijk gespaard door de 2e wereldoorlog zou komen.

Op 27 oktober werd Tilburg bevrijd. Voornamelijk Broekhoven II had fors onder vuur gelegen met vele slachtoffers als gevolg. De rest van de stad was vrijwel zonder slag of stoot in handen van de geallieerden gekomen.

 

1944

 

In die dagen was het kerkblad “Rooms Leven” verboden door de bezettende macht. In plaats daarvan verscheen het onder de naam “Kerknieuws” dat alleen kerkberichten mocht publiceren. Persé geen artikelen. Maar ondanks dat verbod verscheen op 21  oktober 1944 de volgende belofte:

   “Wij beloven vandaag plechtig, ieder voor zich, om na de oorlog zodra de  

   omstandigheden die toelaten, mee te helpen aan de totstandkoming van een kapel aan

    een der hoofdstraten van onze stad, toe te wijden aan onze goede Moeder Maria en

    stellen reeds nu een bedrag vast  dat wij voor dit doel zullen beschikbaar stellen”.

Het stuk was ondertekend door Mevr. L. Mannaerts-Pessers, Dhr. A. Janssens Emzn., rector F. van Miert en dhr. J. Bergmans.

De naam van Mevr. J. van de Mortel-Houben, die zich evenals haar man de door de Duitsers afgezette burgemeester, van iedere openbare activiteit moest onthouden, ontbrak.

 

In het kerkblad werd een actie onder de Tilburgse bevolking georganiseerd en n.a.v. daarvan een inzameling gehouden. Opbrengst: 137.000 gulden en sieraden, waarvan de gouden kronen  voor Maria en kind zijn gesmeed.

Men kon de eerste jaren niet bouwen omdat bouwmaterialen schaars waren. Het zuidelijk deel van Nederland was leeggeroofd. Er was zelfs geen glas om kapotgesprongen ruiten van huizen, kerken en bedrijven te vervangen.

 

1947

 

In 1947 werd het oorspronkelijke comité omgezet in de ‘Stichting Gilde van Onze Lieve Vrouw ter Nood’.

Er kwam een college van regenten die zo breed mogelijk de bevolking van Tilburg vertegenwoordigden:

Dhr. J. Bergmans, Dhr. K. Bodden, Mgr. Prof. Dr. Th. Goossens, Dhr. A. Janssens Emzn.,

Dhr. L. Janssens Czn., Mevr. M. Kerstiëns-van Arendonk, Mevr. L. Mannaerts-Pessers, Drs. F. van Miert, Mevr. J. van de Mortel-Houben, dhr. A.J. Remmers en dhr. J. van Roestel.

 

De regenten gingen naarstig op zoek naar een terrein waar de kapel gebouwd zou kunnen worden. Ofschoon met een oogje had op het oude pand van Deen op de hoek Heuvelstraat-Telefoonstraat, kocht men grond aan de verlengde Willem II-straat.

De aankoop van dit grondstuk ging uiteindelijk niet door.

Op 12 maart 1948 passeert de stichtingsakte van het Gilde van Onze Lieve Vrouw ter Nood bij notaris Hoekx.

De comparanten de heren Janssens en Bergmans gaven als volgt te kennen:

“Dat enige dagen vóór de bevrijding in oktober 1944  van de stad Tilburg van de Duitse bezetting, door enige inwoners dier stad openlijk namens alle ingezetenen de bijzondere bescherming van Onze Lieve Vrouw was ingeroepen, waarbij zij beloofden na de bevrijding, zodra dit mogelijk zou zijn, ene kapel te hare ere te bouwen in het centrum der stad; dat zij comparanten uiting willen geven door ene stichting in het leven te roepen met na te melden doel en daarom voor die stichting bij deze ene som van honderd gulden beschikbaar te stellen en als grondslag bestemmen van na te melden doel, daarvoor alzo afzonderen en op hetzelfde ogenblik in het leven roepen, oprichten, vestigen en stichten de navolgende stichting genaamd: “Gilde van Onze Lieve Vrouw ter Nood”.