Het gebouw

De Kapel Onze Lieve Vrouw ter Nood in Tilburg is naast een oorlogsmonument sinds 2015 ook een rijksmonument. Het gebouw staat op lijst met 89 topmonumenten uit de wederopbouwperiode 1959-1965.

Door zijn ontstaansgeschiedenis is de Kapel onlosmakelijk verbonden met de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding van Tilburg op 27 oktober 1944. In de kapel bevinden zich meerdere objecten die aan deze periode herinneren.

Kapelhof

De kapel is gelegen op klein ‘verstopt’ plein, de Kapelhof. In het oorspronkelijke plan lag de kapel niet zo ingesloten als nu het geval is maar was er vanuit de Heikese kerk een direct zicht op de kapel met een open plein er voor zodat een stedenbouwkundige relatie zou ontstaan tussen kapel en Heikese kerk. Hier is het echter nooit van gekomen.

Exterieur

Bij zijn ontwerp van de Kapel liet architect Jos Schijvens (1908-1966) zich inspireren door het Bijbelse verhaal over de opstanding uit de dood, de kern van het christelijke geloof.

Tijdens de oorlog heeft Tilburg veel te lijden gehad. Maar herrees! Dat zie je terug in het exterieur dat kruiende ijsschotsen voorstelt. De schuine vlakken van de gevel en de puntige elementen zijn zeer bijzonder. Het idee van “ijs” wordt versterkt door het gebruikte wit Italiaanse marmer (travertin).

Het gebouw heeft een asymmetrische, onregelmatige plattegrond, met aan de bovenzijde hellend begrensde gevels in verschillende hoogten. Een aantal van de gevels is eveneens licht hellend.

De zuidgevel bestaat over de volledige hoogte uit een zevendelige glas-in-beton wand gemaakt door de kunstenaar Daan Wildschut (1913-1995). In een hoger gedeelte aan de dakzijde vele kleine ronde vensters die voor een fraaie lichtval op het altaar en het Mariabeeld zorgen.

Aan twee zijden van de kapel bevinden zich ingangsportieken, oorspronkelijk voorzien van draaideuren. De ingang aan de voorzijde is gewijzigd, waarbij de draaideur werd vervangen door klapdeuren van hetzelfde materiaal.

Lantaarn

Boven de toegangsdeur aan de westkant hangt een gietijzeren lantaarn die nog afkomstig is van de voormalige noodkapel aan de Zomerstraat in Tilburg.

Interieur

Binnen zijn de muren met hetzelfde Italiaanse marmer bekleed als de buitenkant. De vloer is van natuursteen (kristallino).

De kapel heeft een asymmetrische plattegrond, met links (zuidelijk) een doorgaande route en rechts een gebedsruimte, gericht op het Mariabeeld en altaar, met banken van metaal met hout. Langs de doorgaande route bevindt zich een lange zitbank. In een smaller (westelijk) deel is het marmeren altaar geplaatst met centraal op de achterwand het Mariabeeld op een console en het tabernakel met bronzen deurtjes. Daarnaast links bevindt zich een kleine sacristie.

Op de rechter zijwand staat de volgende tekst ter herinnering aan de ingebruikname van de kapel:

‘IN HET NAJAAR VAN 1944, TOEN TILBURG IN ANGST
WACHTTE OP DE BEVRIJDING, WERD DEZE KAPEL
AAN MARIA TOEGEZEGD.

TE MIDDEN VAN EEN ZICH VERNIEUWENDE STAD WERD
ZIJ IN 1964 OPGERICHT EN OP 7 JUNI VAN DAT JAAR
DOOR MGR. BEKKERS INGEZEGEND.’

Mariabeeld en altaar

In de kapel, achter het altaar, staat een middeleeuws beeld van Maria met Kind. Het beeld werd aan de kapel geschonken door de Tilburgse wollenstoffenfabrikant L.H.M. Swagemakers. Op 24 april 1945 schreef hij een brief aan pastoor Frans van Miert van de Heuvelse kerk. In dat schrijven schonk hij het mariabeeld uit zijn kunstcollectie aan de kapel. Hij deed dat met de eenvoudige woorden: ‘Mijn beeld staat niet meer thuis, maar in een Mariakapel in Tilburg’. De feitelijk schenking vond plaats op 2 februari 1949.

Het Mariabeeld stamt uit de 15e eeuw en werd in het Rijnland uit notenhout vervaardigd en gepolychromeerd. Oorspronkelijk waren Moeder en Kind gesierd met gouden kronen die werden gemaakt van de destijds ingezamelde sieraden. In 1974 werd het beeld gestolen en zonder sieraden teruggevonden in een postzak onder de kanaalbrug op Koningshoeven. Ook het herdenkingsboek werd enkele keren gestolen. Sindsdien zijn zowel kronen als herdenkingsboek replica’s.

Het altaar en de console waarop het Mariabeeld staat zijn van onyx.

Het Mariabeeld staat recht onder een verhoogd deel van het dak waardoor mooi diffuus daglicht naar binnen stroom. Het Mariabeeld staat op een fraaie manier in het middelpunt van de belangstelling. De inspiratie hiervoor was de kapel van Le Corbusier in Ronchamps.

Glas-in-beton wand

De glas-in-beton wand bestaat uit zeven panelen en is ontworpen en vervaardigd door de uit het Limburgse Bunde afkomstige kunstenaar Daan Wildschut (1913-1995). Wildschut was een veelzijdig kunstenaar bekend om zijn glas-in-loodramen en mozaïeken. Zijn oeuvre omvatte ook schilderkunst, beeldhouwwerk en schrijven. Na de Tweede Wereldoorlog deelde hij een atelier met Charles Eyck (1897-1983) in het Bonnefantenklooster te Maastricht.

Daan Wildschut is vooral bekend door zijn monumentale werken. Hij beheerste vrijwel alle monumentale technieken: hij maakte glas-in-loodramen, glas-in-beton/epoxyramen, glasappliqué, reliëfs, wandtapijten, wandschilderingen, mozaïeken en sgraffiti, zowel voor kerkelijke als voor profane opdrachtgevers. In Limburg en Brabant kreeg hij talrijke opdrachten voor kerkramen.

Wildschut heeft als motief de tekst gekozen van het twaalfde hoofdstuk uit het Bijbelboek ‘Openbaring’ dat het verhaal vertelt van de maagd en de draak. In het raam zien we Maria met haar pasgeboren kind. Zij strekt haar handen uit over de Tilburgse bevolking en beschermd hen tegen de dreiging van de draak die het oorlogsgeweld symboliseert. Links in de bovenhoek staat het oude wapen van Tilburg.

Het monumentale glas-in-beton kunstwerk wordt ’s avonds van binnenuit verlicht. Dat levert een sfeervol beeld op.

Reacties zijn gesloten.